De vijf meest gemaakte fouten bij draadloze verbindingen

Draadloze microfoons vormen een essentieel onderdeel van moderne shows met een hoge productiewaarde. Dit heeft de artiesten weliswaar bevrijd van de beperkingen die kabels hen oplegden, voor geluidstechnici vormen draadloze systemen echter een compleet nieuwe uitdaging. Wees gerust, u bent niet de enige met deze problemen. De meeste storingen of signaalonderbrekingen worden veroorzaakt door begrijpelijke vergissingen die makkelijk zijn te voorkomen. Hier een overzicht van vijf fundamentele fouten die u makkelijk kunt vermijden.

1.Iets blokkeert het signaal

De hoofdregel is om altijd een vrije zichtlijn te creëren tussen de antennes van de zender en de ontvanger. Zorg dat er geen grote obstakels zijn die de zichtlijn verbreken, zoals metalen voorwerpen of muren. Het belangrijkste is echter ook om grote mensenmassa’s te vermijden. Het menselijk lichaam bestaat grotendeels uit water, en dat absorbeert radiofrequente energie als een ware spons. Wil je weten hoe goed het lichaam het radiospectrum absorbeert? Vouw dan je handen maar eens om de antenne van een handzender! Daarmee verlaag je de effectieve signaalsterkte met soms wel meer dan 50 procent.

Plaats voor het beste resultaat de ontvangstantennes in dezelfde ruimte als de zenders, en hoger dan het publiek en andere obstakels.

Let er tot slot op dat flexibele antennes mooi recht staan, en niet zijn gevouwen of opgerold. Dat klinkt logisch, maar je wilt niet weten hoe vaak dit problemen veroorzaakt. De boodschap is dus – alles dat de zichtlijn tussen uw zender en ontvanger blokkeert, vormt een bedreiging voor de betrouwbaarheid van het draadloze signaal.

2.Verkeerd type antenne of verkeerde plaatsing

U kunt uw draadloze signaal sterk verbeteren door het juiste type antenne te gebruiken en door de antennes correct te plaatsen. Gebruikt u de verkeerde antennes of kabels, of plaatst u ze verkeerd, dan beperkt dat hun bereik en ontvangt u lagere signaalsterktes, wat uitval kan veroorzaken. Het goede nieuws is, dat moderne diversity-ontvangers veel betrouwbaarder werken dan ontvangers met slechts één antenne. U moet echter nog steeds de juiste antennes op de juiste plaats neerzetten om maximale prestaties en betrouwbaarheid te garanderen. Enkele praktijkrichtlijnen hiervoor zijn:

Houd, ten eerste, de afstand tussen de antennes en de zenders altijd zo klein mogelijk en creëer een vrije zichtlijn.

Ten tweede: Optimaliseer het diversity-effect door de antennes minimaal een kwart golflengte uit elkaar te plaatsen (dat is 12,5 cm bij 600 MHz). Vergroot de afstand tussen de diversity-antennes tot een hele golflengte (dat is 50 cm bij 600 MHz) om het diversity-effect nog verder te verbeteren. Meer dan één golflengte afstand tussen de antennes zal het diversity-effect niet verder verbeteren, maar het kan wel een betere dekking geven op grote locaties. Plaats de antennes tevens in een wijde ‘V’-vorm om “bewegende” zenders optimaal te volgen.

Als de afstand tussen de ontvanger en het podium te groot is, sluit er dan met een kabel, 1/2-lambda antennes of richtantennes op aan – en plaats ze bij voorkeur hoger dan het publiek om een vrije zichtlijn te creëren. Richtantennes verbeteren de ontvangst aanzienlijk omdat ze meer signaal van voren oppikken en minder vanuit andere richtingen.

Let op: Sluit nooit de korte 1/4-lambda antennes via een kabel aan op de ontvanger, omdat dergelijke antennes alleen goed werken als ze op een massavlak worden geplaatst, zoals de ontvangerbehuizing.

Wanneer u antennes via coaxkabels aansluit op de ontvanger, moet u soms een antenneversterker gebruiken om signaalverlies over grotere afstanden te voorkomen. Hoe groot het signaalverlies is, hangt af van de lengte van de kabel en van het type kabel; volg de aanbevelingen van de fabrikant op en zorg dat het totale nettoverlies niet groter wordt dan 5 dB.

Tot slot: Sommige antennes zijn alleen bedoeld voor een specifiek frequentiebereik. Controleer altijd de frequentiespecificaties voordat u een antenne van een ander systeem gebruikt.

3. Slecht gecoördineerd frequentiegebruik

Een goed gekozen set draadloze frequenties onderscheidt zich op twee belangrijke punten: 1) Ze vermijden lokale televisiezenders, en 2) ze passen goed bij elkaar.

Televisiezenders hebben zendvermogens tot één miljoen watt – wat veel hoger is dan de 50 mW van het gemiddelde draadloos systeem – gebruik daarom niet de frequenties waar televisiezenders gebruik van maken.

Zelfs televisiezenders op afstanden tot 100 kilometer kunnen nog storingen veroorzaken, maar dat verschilt van plaats tot plaats. Gelukkig zijn binnenlocaties veel minder gevoelig voor storingen dan buitenlocaties, omdat gebouwen de meeste televisiesignalen afschermen. Bij grote en zware gebouwen zijn soms zelfs televisiezenders op minder dan 50 kilometer afstand geen probleem. Desalniettemin blijven televisiezenders notoire storingsbronnen, en is het slim om uw systeem in te stellen op de veiligste draadloze frequenties die er in uw omgeving beschikbaar zijn.

Heeft u eenmaal rekening gehouden met de televisiekanalen, kies dan een set frequenties die goed op elkaar aansluit. De makkelijkste manier is om de bestaande frequenties voor groepen en kanalen te gebruiken die al in uw draadloze systemen zijn voorgeprogrammeerd. Deze methode werkt het best in kleine setups waarbij u systemen gebruikt die compatibel zijn met elkaar.

In complexere setups – waar bijvoorbeeld draadloze microfoons en in-ear monitorsystemen door elkaar heen worden gebruikt – bestaan er computerprogramma’s die de frequentiecoördinatie en de onderlinge afstemming verzorgen, zoals Wireless Workbench van Shure.

Bedenk echter wel, dat er niet zoiets bestaat als ‘aanzetten en klaar’. Eén en dezelfde set frequenties is niet overal even goed te gebruiken, en als u op tournee bent, moet u de instellingen in elke stad opnieuw controleren.

Zelfs bij permanente systemen kan het RF-spectrumgebruik onverwacht wijzigen. Nu zullen televisiekanalen niet zo snel veranderen, maar er kunnen ook andere draadloze systemen van dezelfde frequentieband gebruikmaken – op uw eigen locatie of een stukje verderop – die u dwingen om uw kanaalgebruik hierop af te stemmen. Er is geen garantie dat de instellingen die u tijdens de soundcheck heeft gebruikt ook nog zullen werken wanneer de show begint. De les is simpel – houd uw frequentiegebruik continu in de gaten en pas dit zo nodig aan. Blijf dit controleren, controleren en nog eens controleren!

wireless-workbench

4. Slecht accubeheer

Goedkope batterijen verpesten meer optredens dan u zou denken. Desondanks blijven sommige geluidstechnici bezuinigen op deze eerste schakel in de signaalketen – niet slim! Hoogwaardige wegwerpbatterijen (alkaline of lithium) leveren over hun hele levensduur de meest stabiele uitgangsspanning. Het spanningsniveau is belangrijk, omdat zenders bij een te lage voedingsspanning niet meer goed werken en hoorbare storingen veroorzaken of zelfs compleet uitvallen. Gewone oplaadbare batterijen lijken dan een ideale oplossing, maar de spanning die dergelijke oplaadbare batterijen leveren is meestal zo’n 20 procent lager dan die van wegwerpbatterijen — zelfs als ze volledig zijn opgeladen.

batteries-wireless

De beste manier om accuproblemen te voorkomen is door een oplaadsysteem te gebruiken dat speciaal is ontwikkeld voor draadloze microfoons. De meeste nieuwe draadloze systemen van Shure gebruiken oplaadbare lithium-ionbatterijen – die ook voor medische toepassingen worden gebruikt – in combinatie met intelligente laadstations die u informeren over de status en de conditie van de batterijen. Effectief gebruik van oplaadbare batterijen is een goede manier om geld te besparen en om het milieu te ontzien, zonder aan betrouwbaarheid in te boeten.

Ondersteunt uw systeem uitsluitend gewone batterijen, ga dan na hoe lang ze de spanning leveren die de zender minimaal vereist, zodat u zeker weet dat de batterijen het hele optreden lang meegaan en optimale prestaties leveren.

5. De verkeerde versterkingsfactor

Tot slot speelt ook de ingangsversterking een cruciale rol. Een te hoge versterkingsfactor veroorzaakt vervorming. Een te lage versterkingsfactor levert een matige signaal-ruisverhouding.

setting-wireless-gain

Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat de draadloze zender zelf ook op een bepaalde ‘gain’ kan worden ingesteld. Net als bij de ‘gain’ die u instelt op het mengpaneel, is het ook hier de bedoeling om de ‘gain’ laag genoeg in te stellen om oversturing te voorkomen, maar wél hoog genoeg om een goede signaal-ruisverhouding te realiseren.

Voor het beste resultaat stelt u de ‘gain’ zodanig in, dat bij de hardste geluidspieken de oversturingsindicator heel kort oplicht. Het is niet de bedoeling dat deze piekindicator continu knippert. Verlaag, de op de zender ingestelde ‘gain’ tot de indicator slechts incidenteel knippert bij de meest luide geluiden.

Stel daarna pas het uitgangsniveau van de ontvanger in. Deze regeling beïnvloedt namelijk alleen de uitgang van de ontvanger, en heeft geen invloed op de ‘gain’ van de zender. Met andere woorden, als de zender een zwak of juist overstuurd signaal levert, dan valt dit niet te compenseren met het uitgangsniveau van de ontvanger. De meeste geluidstechnici draaien deze regelaar helemaal open om het dynamisch bereik te maximaliseren; mits de ingang van het mengpaneel dat niveau aankan tenminste. Is dat niet het geval, draai de regelaar dan terug tot het signaal slechts incidenteel in het rood komt, zoals hierboven beschreven.

Word zelf expert in draadloze verbindingen

Het RF-spectrum zit ingewikkeld in elkaar. En er verandert ook continu van alles. Vindt u het allemaal maar lastig te volgen, dan bent u niet de enige! Blijf op de hoogte van alle nieuwe ontwikkelingen en bekijk onze GRATIS handleiding over het gebruik van draadloze frequenties in Nederland op LosingYourVoice.nl

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s