Basiskennis geluidsinstallaties – deel 2

Deze week behandelen we “Terminologie“. Eerder verschenen onderdelen in deze reeks:  Componenten van geluidsinstallaties. De komende weken staan de volgende onderdelen op het programma: Aansluitingen en netwerken & Akoestiek en verstaanbaarheid.

Terminologie: Cruciale audiotermen

Geluidssterkte en luidheid: De luidheid (loudness) is gerelateerd aan de menselijke perceptie van de geluidssterkte, terwijl de geluids­sterkte (het volume) een kwantitatief meetbare grootheid is. Geluidsmetingen worden veelal uit­ge­drukt in decibel (dB SPL). Niveaus van 85 dB SPL en lager worden als veilig beschouwd, terwijl hogere niveaus gehoorschade kunnen opleveren, afhankelijk van de duur van de blootstelling. Het doel van de meeste geluids­installaties voor vergaderruimtes, is eenvoudigweg om zachte spraak te versterken tot een normaal gespreks­niveau (van circa 70 dB SPL) op de luisterpositie.

Omgekeerde kwadratenwet: Geluidsgolven gedragen zich volgens de omgekeerde kwadraten­wet, wat inhoudt dat verdubbeling van de afstand het geluidsniveau verlaagt met een factor vier (twee kwadraat). Daarom zijn de afstanden tussen de bron en de microfoon, en tussen de luidspreker en de luisteraar, kritieke factoren bij het bepalen en regelen van hoe hard een systeem klinkt. Hetzelfde geldt voor de gevoeligheid voor rond­zingen en voor het oppikken van ongewenste omgevingsgeluiden.

Versterking: In geluidstermen duidt versterking op de toename in vermogen of in amplitude van de uitgang van de audioketen ten opzichte van diens ingang, meestal uitgedrukt in decibel (dB). Als het ingangsniveau gelijk is aan het uitgangsniveau, dan is de versterkingsfactor gelijk aan 1, wat overeen­komt met 0 dB. Dat betekent dat er 0 dB verschil is tussen de ingang en de uitgang.

Rondzingen (feedback): Dit is een akoestisch verschijnsel waarbij het versterkte geluid via de luidsprekers opnieuw wordt aangeboden aan de audioketen. Wanneer de microfoon het versterkte geluid (steeds opnieuw) oppikt, zal het nogmaals worden versterkt en steeds luider gaan klinken, doorgaans op één van de resonantiefrequenties van het systeem. Dat resulteert in het ontstaan van een ongecon­troleerde, keiharde fluittoon die alleen kan worden onderbroken door het rondzingende kanaal steeds zachter te zetten tot het stopt.

Ongevoeligheid voor rondzingen (Gain Before Feedback): Dit is hoe luid het systeem kan klinken voordat het gaat rondzingen. Adequate geluids­versterking creëren zonder rondzingen is één van de meest basale doelstellingen van een geluids­installatie. We willen u helpen dit te bereiken.

Direct en indirect geluid: Direct geluid legt de kortste afstand af tussen de geluidsbron en de bestemming (zichtlijn). Direct geluid levert de maximale signaalsterkte zonder vertraging. Indirect geluid legt een langere afstand af en bereikt daarom de bestemming met enige vertraging, en klinkt (bij voorkeur) zachter dan het directe geluid.

Er bestaan verschillende soorten indirect geluid, waaronder echo en galm. Onvermijdelijke achter­grond­geluiden (airco, zoemende verlichting, enz.) en de akoestiek van de ruimte, creëren bijna overal een tamelijk constant niveau aan indirect geluid. Ruimtes met veel harde, reflecterende opper­vlak­ken klinken al snel “druk”, terwijl in ruimtes met veel absorberende materialen het omgevings­geluids­niveau lager is, wat de verhouding tussen direct en indirect geluid ten goede komt.

Dat is erg belangrijk voor spraaktoe­pas­singen, omdat te veel indirect geluid een dof, onduidelijk en hol geluid creëert dat de verstaanbaarheid van spraak ondermijnt.

Lawaai:  Alle storende invloeden op de geluidsbron – ongewenste geluiden dus – worden als “lawaai” gezien. Bekende oorzaken van lawaai zijn tl-verlichting, verwarming- en airconditioningsystemen en geluiden van buiten. Geluiden van andere deelnemers (typen, ritselende papieren, telefoons die afgaan, voetstappen, enzovoort) zijn een andere bron van ongewenste geluid. Zacht achtergrondgeluid hoeft geen probleem te zijn (en is doorgaans onvermijdelijk), maar afhankelijk van het ruimtegebruik kan veel lawaai de spraakverstaan­baarheid ernstig aantasten.

Latency en vertraging: Latency is een aanduiding voor de tijd die het systeem verbruikt voordat het ingangssignaal bij de uitgang is aangekomen, uitgedrukt in milliseconden. Puur analoge systemen hebben in feite geen latency, terwijl alle digitale systemen een inherente vertraging veroorzaken. Hoewel latency bij vergaderingen en conferenties zelden tot problemen leidt, is het toch een factor om bij het systeemontwerp rekening mee te houden.

Bij analoge systemen wordt het audiosignaal volledig elektrisch verwerkt en zonder meetbare vertraging doorgegeven. Digitale audiosystemen werken anders. Het rekenproces voor het omzetten van (analoge) elektrische signalen naar digitale neemt enige tijd in beslag. Om dezelfde reden voegt ook digitale signaal­verwerking enige latency toe, net als de uiteindelijke omzetting van het digitale audiosignaal naar analoge signalen om te versterken.

Afhankelijk van de snelheid en de efficiëntie van de gebruikte converters, kan de latency van het systeem als geheel al gauw oplopen tot 30 milliseconden, wat genoeg is om op te vallen.

Shure Integrated Systems

Optimale spraakverstaanbaarheid is essentieel voor een goede samenwerking en maximale productiviteit. Al sinds 1925 registreert Shure de menselijk stem, vandaag de dag levert Shure innovatieve audiotechnologie die betrouwbaarder en veiliger is dan ooit tevoren. Benieuwd naar onze oplossingen? Bezoek dan de Integrated Systems Portal op onze website.

Advertisements

2 comments

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s